|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Obesitas voornaamste oorzaak schoolabsentie23-10-2007Dikke kinderen zijn gemiddeld een groter aantal dagen afwezig op school dan kinderen met een normaal gewicht (Geier, A. Obesity, augustus 2007; vol 15). Jarenlang dacht men dat het ras, het geslacht, de leeftijd en de sociaal-economische status de beste voorspellers waren van het niet komen opdagen op school. Amerikaanse wetenschappers van de Penn and Temple University hebben echter recentelijk aangetoond dat in de VS dik zijn al deze factoren overtreft. Hiertoe heeft men gedurende een jaar de schoolabsentie van 1069 kinderen op negen lagere scholen in Philadelphia geanalyseerd, die een gemiddelde leeftijd van elf jaar hadden. Na meting van hun lengte en gewicht berekende het team van elk kind de Body Mass Index (BMI), die de verhouding weergeeft tussen deze twee waarden. Op basis van de BMI had twee procent van de kinderen ondergewicht, 58 procent had een normaal gewicht, 17 procent had overgewicht en 23 procent werd ingedeeld in de categorie ‘obesitas’, een ander woord voor ernstig overgewicht. Na de resultaten van 180 schooldagen te hebben verzameld, bleek dat er een verband bestaat tussen de BMI van de scholieren en het aantal dagen dat zij niet op school aanwezig waren. Kinderen met een normaal gewicht bleven gemiddeld 10,1 dagen thuis, kinderen met overgewicht 10,9 dagen en kinderen met overgewicht misten maar liefst 12,2 dagen. Uit de studie komt niet naar voren wat de redenen waren voor de absentie, maar de onderzoekers hebben wel het idee dat deze weinig met gezondheidsklachten te maken hebben. Op jonge leeftijd ondervinden kinderen door obesitas namelijk nog weinig lichamelijke problemen. De afwezigheid onder dikke kinderen heeft mogelijk des te meer te maken met psychische moeilijkheden. Dik zijn is het mikpunt van pesterijen en leerlingen met overgewicht gaan deze uit de weg door soms een dagje niet naar school te gaan. In de Verenigde Staten is de aanwezigheid van obesitas sinds de jaren ’70 onder tieners en kinderen van twee tot vijf jaar verdrievoudigd en zelfs bijna vervijfvoudigd onder kinderen met een leeftijd van zes tot elf jaar. Omdat dikke kinderen vaak uitgroeien tot dikke volwassenen, vormen zij een extra kwetsbare groep. Obesitas heeft voornamelijk op latere leeftijd tal van mogelijke lichamelijke consequenties, zoals diabetes, hart- en vaatziekten, gewrichtsproblemen en zelfs sommige vormen van kanker. De studie legt echter ook veel nadruk op het feit dat dik zijn ook op niet-medisch gebied schadelijk kan zijn. De onderzoekers hopen van harte dat deze opgedane kennis de aandacht zal trekken van degenen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van het schoolbeleid. Dat de gevolgen van het overgewicht zich al op zo’n vroege leeftijd uiten, is een zorgwekkende zaak. Door bijvoorbeeld aanpassing van het voedselaanbod op scholen en door meer voorlichting te geven over gezonde leefgewoonten valt er voor de dikke kinderen nog veel te redden. Misschien inspireert het onderzoek ook beleidsmakers in Nederland om eens goed te bekijken wat er op het gebied van preventie van overgewicht nog te doen valt. Ook in eigen land krijgen we immers steeds meer te maken met ‘kinderovergewicht’ en ‘kinderobesitas’. Natuurlijk wordt er ook hier volop aandacht aan besteed, maar een beetje extra inspiratie opdoen uit Amerika kan nooit kwaad. |
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||