|
|
||||||||||||||||||||||||
|
Britse kinderen zijn te dik23-10-2007
Uit een steekproef (gepubliceerd oktober 2007) onder kinderen in het Verenigd Koninkrijk blijkt dat overgewicht steeds vaker voorkomt, ondanks de pogingen van de overheid om hier een halt aan toe te roepen. Onze overzeese buren zitten met een groot probleem. Uit een nationale studie van het ministerie van Gezondheid is naar voren gekomen dat een groot aantal kinderen in Groot-Brittannië te dik is. Dit is geconcludeerd op basis van metingen die de afgelopen twee jaar bij schoolgaande kinderen van vijf en elf jaar zijn verricht. Ongeveer een kwart van de kinderen die op vijfjarige leeftijd voor het eerst naar school gaan lijdt aan overgewicht of obesitas (ziekelijk overgewicht). In sommige regio’s neemt dit aantal tot eenderde toe bij kinderen met een leeftijd van elf jaar. Bovendien is het aantal oudere kinderen dat te dik is in tien jaar verdubbeld, waarbij binnen de leeftijdscategorie van elf tot vijftien jaar nu een kwart zelfs als veel te dik wordt beschouwd. De resultaten zijn zorgwekkend, vooral omdat zij misschien een onderschatting zijn van de werkelijke aantallen. Dit komt doordat ouders van dikke kinderen minder bereid waren om hun kinderen op de weegschaal te laten zetten, uit angst voor pesterijen. Het gevolg was dat in het eerste stadium van het onderzoek minder dan de helft van één miljoen kinderen deelnam aan de metingen. Het huidige streven van de Britse regering om overgewicht onder kinderen terug te dringen lijkt op basis van deze gegevens onhaalbaar. Tot 2010 gaf men zichzelf de tijd om het aantal te dikke kinderen van elf jaar en jonger tot een acceptabel niveau te verlagen, maar dit lijkt nu verre van realistisch. Zoals het er nu met de kinderen voorstaat, zal het toegenomen overgewicht ernstige gevolgen voor hun toekomstige gezondheid betekenen. De te dikke jeugd loopt het gevaar om op latere leeftijd aandoeningen zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten en sommige vormen van kanker te ontwikkelen. Het is onvermijdelijk dat zij als gevolg hiervan een groot beroep op de Britse gezondheidszorg zullen gaan doen, met alle kosten van dien. De regering in Groot-Brittannië beseft dat deze ontwikkelingen om een actiever beleid vragen, zodat de problemen niet nog verder de pan uit rijzen. Door middel van betere gezondheidsvoorlichting thuis en op school, sterkere aanmoediging tot gezonder leven en grotere investeringen in sportvoorzieningen hoopt men dat er genoeg tegenstand aan de toename van overgewicht zal worden geboden. Door voornamelijk ouders meer te confronteren met het overgewicht van hun kinderen zullen zij hopelijk veel kunnen bijdragen aan de nodige leefstijlveranderingen. In Groot-Brittannië wonen meer dikke kinderen dan in welk ander Europees land ook. Het tij lijkt hier bijna al niet meer te keren, dus het is niet verwonderlijk dat de regering alle mogelijke middelen inzet om in dit kader nog van betekenis te zijn. Ook in Nederland wordt de uitdijing van de bevolking nauwlettend geregistreerd, maar gelukkig hoeven wij ons nog niet zulke grote zorgen te maken als de Britten. Toch is overgewicht bij kinderen in ons land geen gering probleem. 14% van de jongens en 17% van de meisjes tussen 4 en 15 jaar in Nederland is te zwaar. Dat is twee keer zoveel als tien jaar eerder. Bovendien heeft een deel van de Nederlandse jeugd een leefstijl die de ontwikkeling van overgewicht vrij spel geeft. Zonder grote inspanningen zal het in Nederland daarom ook niet minder worden. |
|
||||||||||||||||||||||